SANS-PAPIERS
Zonder wettig verblijf. Maar niet zonder een leven hier.
Mensen zonder wettig verblijf wonen soms jarenlang in België. Ze bouwen relaties op, zorgen voor anderen, worden ziek en krijgen kinderen. Hun kinderen gaan naar school. Sommigen zijn nog maar kort in België, anderen wonen hier al vele jaren. Juridisch hebben ze één belangrijk kenmerk gemeen: ze beschikken niet over een geldig verblijfsrecht. Maar achter die ene administratieve werkelijkheid gaan heel verschillende levensverhalen schuil.
Wie zijn deze mensen? Hoe raakt iemand zonder wettig verblijf? Waarom vertrekken mensen niet wanneer ze geen verblijfsrecht krijgen? En wat gebeurt er wanneer zo'n situatie jarenlang blijft duren? Het zijn eenvoudige vragen. De antwoorden zijn dat veel minder.
1. Zonder papieren: hoe kom je daar terecht?
Bij het woord sans-papier denken we gemakkelijk aan iemand die zonder toestemming België is binnengekomen. Dat gebeurt, maar het is maar één van de wegen waarlangs iemand zonder wettig verblijf kan raken. Sommige mensen kwamen legaal naar België, bijvoorbeeld om te studeren, te werken, familie te bezoeken of voor een kort verblijf. Wanneer hun verblijfsrecht eindigt en zij toch blijven, kan hun verblijf onwettig worden. Andere mensen kwamen naar België om internationale bescherming te vragen. Wanneer die procedure definitief negatief eindigt en er geen andere grond voor verblijf bestaat, kunnen ook zij zonder wettig verblijf raken. Daarnaast zijn er mensen die zonder de vereiste toestemming België binnenkomen of hier verblijven zonder een verblijfsrecht.
“Zonder papieren” zegt dus in de eerste plaats iets over iemands huidige verblijfspositie - niet noodzakelijk over de manier waarop die persoon België ooit is binnengekomen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een student wiens verblijfsrecht afloopt, een afgewezen verzoeker om internationale bescherming en iemand die zonder toestemming het land binnenkwam, kunnen uiteindelijk allemaal zonder wettig verblijf zijn. Hun voorgeschiedenis, hun banden met België en hun mogelijkheden om opnieuw te vertrekken kunnen ondertussen sterk verschillen.
Hoeveel mensen zijn er?
Zelfs die ogenschijnlijk eenvoudige vraag blijkt moeilijk te beantwoorden. Mensen zonder wettig verblijf vormen bij uitstek een bevolking die niet volledig zichtbaar is in de officiële bevolkingsregisters. Er bestaat daarom geen register waarin we eenvoudig kunnen tellen hoeveel sans-papiers vandaag in België wonen.
Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel ontwikkelden een indirecte ramingsmethode op basis van overlijdensgegevens. Ook iemand die niet in het bevolkingsregister voorkomt, kan bij overlijden opnieuw administratief zichtbaar worden. Vanuit zulke gegevens reconstrueren de onderzoekers de omvang van de niet-geregistreerde buitenlandse bevolking. Voor 2016 ramen zij ongeveer 490.000 'mobiele' buitenlandse inwoners. Daarvan leefden volgens hun methode ongeveer 329.000 zonder een reguliere juridische status. Het grootste deel daarvan waren EU-burgers; voor niet-EU-burgers ramen zij ongeveer 112.000 personen zonder legaal verblijfsstatuut, diplomatiek statuut of hangende asielaanvraag.
≈ 112.000 - een raming voor 2016, geen telling van het aantal sans-papiers vandaag.
Die afbakening is belangrijk. Het cijfer van 112.000 is niet hetzelfde als 'iedereen die juridisch zonder wettig verblijf in België was', en het is evenmin een cijfer voor 2026. Het is wel een van de best onderbouwde nationale ramingen voor een populatie die per definitie moeilijk rechtstreeks te tellen is. Hoeveel mensen vandaag zonder wettig verblijf in België leven, weten we dus niet precies.
2. Waarom toch blijven?
Als iemand geen recht heeft om in België te verblijven, lijkt de volgende stap vanzelfsprekend: die persoon moet vertrekken. Juridisch is dat ook het uitgangspunt. Een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) verplicht in principe tot vertrek binnen een bepaalde termijn; na het verstrijken daarvan kan gedwongen uitvoering mogelijk worden.
Maar een juridische beslissing en een effectieve terugkeer zijn niet hetzelfde. Op de poster vatten we mogelijke redenen samen in vier begrijpelijke categorieën: iemand mag niet terugkeren, kan niet terugkeren, bevindt zich nog in een onzekere situatie of vertrekt niet. Dat is een verklarend schema, geen officiële indeling uit de Belgische vreemdelingenwet. In werkelijkheid kunnen de situaties overlappen en doorheen de tijd veranderen.
Soms bestaan er juridische grenzen aan verwijdering. Ook iemand zonder verblijfsrecht behoudt fundamentele rechten en een verwijdering moet onder meer het verbod op refoulement en de bescherming tegen foltering of onmenselijke of vernederende behandeling respecteren. Soms ligt het probleem bij de praktische uitvoerbaarheid: identiteit en nationaliteit moeten voldoende vaststaan, reisdocumenten kunnen nodig zijn en het land van bestemming moet de persoon toelaten. In andere gevallen is de juridische situatie nog in beweging. Er kan een beroep of nieuwe aanvraag lopen, maar dat betekent niet dat ieder beroep of iedere aanvraag automatisch de verwijdering schorst.
Die laatste nuance is in 2026 extra belangrijk. Sinds de nieuwe regels voor beroepen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in juni 2026 in werking traden, bestaan er zowel procedures met automatisch schorsende werking als procedures zonder automatische schorsing. De precieze gevolgen hangen dus af van het type beslissing en beroep.
En er zijn ook mensen voor wie terugkeer mogelijk is, maar die niet vertrekken. Zij kunnen weigeren mee te werken, duiken onder of kiezen bewust om in België te blijven. Dat hoort evenzeer bij een eerlijk verhaal. Sans-papiers voorstellen alsof ze allemaal onmogelijk kunnen terugkeren, zou de werkelijkheid net zo sterk vereenvoudigen als beweren dat iedereen eenvoudigweg kan worden teruggestuurd.
Een bevel om te vertrekken creëert een juridische vertrekplicht. Het is nog geen effectieve terugkeer.
Ook de cijfers vragen voorzichtigheid. DVZ registreerde in 2024 6.381 gecontroleerde vertrekken van vreemdelingen in onwettig verblijf. Daarin zitten verschillende vormen van gedwongen en vrijwillige terugkeer, terugdrijvingen en andere categorieën. DVZ vermeldt bovendien expliciet dat mensen die zelfstandig gevolg geven aan een BGV zonder tussenkomst van de Belgische overheid of IOM niet systematisch worden geregistreerd. Daarom delen we het aantal geregistreerde terugkeren niet simpelweg door het aantal BGV's om een 'terugkeerpercentage' te maken: teller en noemer vormen geen zuivere cohorte.
Ondertussen gaat het leven verder
Een verblijfsstatuut kan jarenlang hetzelfde blijven. Een mensenleven doet dat niet. Mensen wonen ergens, maken vrienden, leren een taal, krijgen een partner, worden ziek, zorgen voor anderen of krijgen kinderen. Kinderen gaan naar school. Sociale netwerken ontstaan. Werkgevers en werknemers leren elkaar kennen.
Daarmee zeggen we niet dat iedere sans-papier al jarenlang in België woont, evenmin dat langdurig verblijf automatisch een recht op verblijf zou moeten creëren. We zeggen iets eenvoudigers: tijd heeft gevolgen, ook wanneer een juridisch statuut niet verandert.
Ook menselijke behoeften verdwijnen niet doordat iemand geen verblijfsrecht heeft. Mensen moeten wonen, worden ziek en hebben inkomen nodig. Kinderen zonder wettig verblijf hebben in België recht op onderwijs. Mensen zonder wettig verblijf mogen op de private huurmarkt een woning huren en een huurcontract afsluiten; dat moet worden onderscheiden van sociale huisvesting, waarvoor wettig verblijf wel een voorwaarde is.
Voor gezondheidszorg bestaat dringende medische hulp (DMH). De naam kan misleidend zijn: het gaat niet uitsluitend om spoedgevallen. Voor een behoeftige persoon zonder wettig verblijf kan DMH, wanneer medische zorg nodig is, zowel preventieve als curatieve zorg omvatten, ambulant of in een zorginstelling. De toegang verloopt via het OCMW en is aan voorwaarden gebonden.
Werk vormt een veel moeilijker probleem. Een volwassene zonder wettig verblijf kan in België in principe niet legaal als werknemer of zelfstandige werken, op enkele zeer beperkte uitzonderingen na. Toch betekent dat niet dat er niet gewerkt wordt. De actuele juridische informatie vermeldt expliciet dat mensen zonder wettig verblijf in de praktijk werken: sommigen blijven werken nadat hun verblijfsrecht is vervallen, anderen werken in het zwart of in informele vormen van zelfstandige arbeid.
Hoewel zulke tewerkstelling onwettig kan zijn, verdwijnen de arbeidsrechten van de werknemer niet zomaar. Mensen zonder wettig verblijf kunnen onder meer aanspraak maken op loon en bescherming bij arbeidsongevallen. Het grote probleem is vaak de afdwingbaarheid: iemand in een precaire verblijfspositie staat zwakker tegenover een werkgever en kan terughoudender zijn om zijn rechten op te eisen.
De behoefte verdwijnt niet wanneer de toegang tot het formele systeem verdwijnt.
Wie niet formeel kan werken, heeft nog altijd inkomen nodig. Wie geen gewoon zorgstatuut heeft, kan nog altijd ziek worden. Wie geen verblijfsrecht heeft, moet nog altijd ergens wonen. De beleidsvraag is daarom niet alleen óf deze activiteiten plaatsvinden, maar ook onder welke voorwaarden ze plaatsvinden.
3. Regularisatie: wat weten we eigenlijk?
Wanneer iemand zonder wettig verblijf niet terugkeert, zijn er uiteindelijk verschillende mogelijke uitkomsten. Terugkeer blijft één mogelijkheid wanneer die juridisch, praktisch en feitelijk uitvoerbaar is. Een tweede uitkomst is wat in de praktijk met een deel van de groep gebeurt: blijven zonder verblijfsrecht. En een derde mogelijkheid is regularisatie: iemand die al in België verblijft, krijgt onder bepaalde voorwaarden alsnog een verblijfsrecht.
Dat woord vraagt meteen om verduidelijking. In het publieke debat klinkt 'regularisatie' soms alsof België één algemene procedure heeft waarmee iemand na een bepaald aantal jaren automatisch papieren kan krijgen. Dat is niet zo. België kent onder meer humanitaire regularisatie op basis van artikel 9bis en medische regularisatie op basis van artikel 9ter. Het zijn juridisch verschillende procedures met andere voorwaarden en gevolgen.
Artikel 9bis vormt een uitzondering op de gewone regel dat een aanvraag voor lang verblijf vanuit het buitenland wordt ingediend. De aanvrager moet onder meer uitzonderlijke omstandigheden aanvoeren die het onmogelijk of bijzonder moeilijk maken om de aanvraag vanuit het land van herkomst of verblijf in te dienen. DVZ beoordeelt de dossiers individueel en discretionair. De procedure heeft geen wettelijke beslissingstermijn en de aanvraag geeft tijdens de behandeling op zichzelf geen verblijfsrecht.
In 2024 werden 4.861 nieuwe 9bis-aanvragen ingediend. In datzelfde jaar sloot DVZ 6.139 aanvragen af: 2.501 beslissingen waren gunstig, 2.993 ongunstig en 645 vielen in andere afsluitingscategorieën. De gunstige beslissingen hadden betrekking op 3.868 personen. Die cijfers mogen niet als een eenvoudig 'slaagpercentage van de aanvragen van 2024' worden gelezen, omdat de in 2024 ingediende aanvragen niet noodzakelijk dezelfde dossiers zijn als de dossiers waarover in 2024 werd beslist.
Artikel 9ter betreft medische redenen en werkt anders. In 2024 registreerde DVZ 1.399 nieuwe 9ter-aanvragen. Ook hier mogen de aantallen aanvragen en beslissingen uit één kalenderjaar niet rechtstreeks als een cohort worden vergeleken. De juridische voorwaarden draaien om ernstige medische omstandigheden en de beschikbaarheid en toegankelijkheid van adequate behandeling in het land van herkomst.
Langdurig verblijf op zichzelf creëert in België geen automatisch recht op regularisatie.
Maar trekt regularisatie niet juist meer mensen aan?
Dat is een fundamentele kritiek. De redenering klinkt logisch: wanneer mensen verwachten dat een land uiteindelijk personen zonder verblijfsrecht regulariseert, kan dat anderen stimuleren om naar dat land te komen of er te blijven in de hoop later eveneens een verblijfsrecht te krijgen. Plausibiliteit is echter nog geen empirisch bewijs.
Spanje biedt een interessante onderzoekscasus. In 2005 organiseerde het land een zeer grote regularisatie. Gemma Larramona en Marcos Sanso-Navarro onderzochten met een synthetic-controlmethode hoe de buitenlandse bevolking zich vermoedelijk zou hebben ontwikkeld zonder die regularisatie. Hun analyse concludeert dat de stijgende trend van de buitenlandse bevolking in de onderzochte periode niet aan de regularisatie kon worden toegeschreven, maar overeenkwam met het pad van een geconstrueerd vergelijkingsland met soortgelijke sociaaleconomische kenmerken.
Die conclusie moet precies blijven. Het onderzoek bewijst niet dat regularisaties nooit een aanzuigeffect kunnen hebben. Het toont dat voor deze Spaanse regularisatie het veronderstelde magnet effect in de onderzochte periode niet werd gevonden.
Wat gebeurde er met werk?
Een recentere studie van Ferran Elias, Joan Monras en Javier Vázquez-Grenno, gepubliceerd in 2025 in het Journal of Labor Economics, bestudeert dezelfde Spaanse operatie vanuit een andere invalshoek. De onderzoekers analyseren de regularisatie van ongeveer 600.000 niet-EU-migranten en vergelijken niet-EU- met EU-migranten. Zij vinden geen magnet effect, wel een stijging van formele tewerkstelling onder immigranten. Gemiddeld vonden zij geen effect op de formele tewerkstelling van natives. Bij laaggeschoolde werknemers daalde de informele tewerkstelling zowel onder immigranten als natives.
De studie rapporteert bovendien ongeveer 4.000 euro extra belastinginkomsten per geregulariseerde migrant, zonder in haar analyse bewijs te vinden voor hogere publieke uitgaven. Dat zijn sterke resultaten, maar Spanje in 2005 is België in 2026 niet. De arbeidsmarkt, economische conjunctuur, doelgroep en voorwaarden van een regularisatie kunnen verschillen. De Spaanse resultaten tonen dus wat in die specifieke context gebeurde; ze voorspellen niet automatisch wat een Belgische regularisatie zou veroorzaken.
Wat weten we uit België?
België heeft zelf ervaring met eerdere regularisaties. De studie Before & After onderzocht mensen die via de regularisatiecampagne van 2000 een verblijfsrecht kregen. Voor een steekproef van 577 personen werden administratieve gegevens uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid geanalyseerd. Op 31 december 2005 waren 293 van die 577 personen als werkend geregistreerd: 50,8%.
≈ 51% was in deze administratief gevolgde steekproef op 31 december 2005 als werkend geregistreerd.
Dat is een observatie, geen causaal effect. We kunnen zeggen dat ongeveer vijf jaar na de regularisatie 50,8% van deze steekproef als werkend geregistreerd stond. We kunnen op basis van deze studie niet zeggen dat regularisatie ervoor zorgde dat 50,8% werk vond. Daarvoor zouden we moeten weten wat met een vergelijkbare groep zonder regularisatie zou zijn gebeurd.
Het kwalitatieve deel van hetzelfde onderzoek geeft wel een interessant mechanisme weer. Sommige geïnterviewden beschreven dat een werkgever hen na regularisatie legaal in dienst nam voor werk dat zij voordien al informeel deden. Dat toont dat regularisatie in sommige gevallen een bestaande arbeidsrelatie kan formaliseren. Het zegt niet hoe vaak dat bij alle geregulariseerde personen gebeurt.
Papieren creëren geen job. Maar ze kunnen het mogelijk maken dat bestaand werk formeel wordt.
4. Geen keuze maken is ook een keuze
Regularisatie alleen is geen arbeidsmarktbeleid. Een verblijfsrecht kan een juridische barrière wegnemen, maar bepaalt niet automatisch of iemand werk vindt. Taalvaardigheid is belangrijk, maar is niet de enige factor. Onderzoek van de Nationale Bank over de arbeidsmarktintegratie van immigranten in België wijst onder meer op scholing, erkenning van diploma's en vaardigheden, beheersing van de taal of talen van het gastland, sociale netwerken, migratiekanaal en discriminatie. Ook kenmerken van de Belgische arbeidsmarkt zelf spelen mee.
Die NBB-studie gaat niet specifiek over sans-papiers. De gebruikte administratieve populatie sluit buitenlanders zonder verblijfstitel zelfs expliciet uit. We mogen haar resultaten dus niet rechtstreeks gebruiken om de arbeidsmarktkansen van mensen zonder wettig verblijf te voorspellen. Ze is wel relevant om te begrijpen waarom de stap van 'een verblijfsrecht krijgen' naar 'duurzaam formeel werk vinden' door veel meer factoren wordt bepaald dan papieren alleen.
Ook discriminatie is daarbij geen louter theoretisch argument. De NBB verwijst naar experimenteel onderzoek met vergelijkbare fictieve cv's maar verschillende namen, dat bewijs vindt voor discriminatie op basis van etnische afkomst. Wie na regularisatie meer formele arbeid wil, moet daarom ook nadenken over taal en opleiding, erkenning van competenties, begeleiding naar werk en discriminatie. En wie informele tewerkstelling wil bestrijden, moet niet alleen naar werknemers kijken, maar ook naar werkgevers die mensen zonder wettig verblijf illegaal of onder slechte voorwaarden tewerkstellen.
Daarmee keren we terug naar de drie mogelijke uitkomsten. Wanneer iemand zonder verblijfsrecht daadwerkelijk en veilig kan terugkeren, kan de overheid inzetten op terugkeer. Wanneer iemand een verblijfsrecht krijgt, kan toegang ontstaan tot formele systemen die tijdens het onwettig verblijf geheel of gedeeltelijk gesloten waren. Maar er bestaat ook een derde uitkomst: de persoon keert niet terug en krijgt geen verblijfsrecht.
Dan verdwijnt die persoon niet uit de samenleving. Hij of zij moet nog altijd wonen, heeft voedsel en inkomen nodig, kan ziek worden, relaties aangaan, kinderen opvoeden en werken - maar een deel daarvan kan buiten de formele systemen plaatsvinden. Die toestand kan juridisch onwettig zijn, maar de maatschappelijke gevolgen ervan zijn reëel.
Terugkeer heeft gevolgen. Regularisatie heeft gevolgen. Langdurig blijven zonder statuut heeft eveneens gevolgen.
Onderzoek kan een deel van die gevolgen zichtbaar maken. Het kan toetsen of een verondersteld aanzuigeffect werkelijk optreedt, meten wat er met formele en informele arbeid gebeurt en onderzoeken welke factoren mensen helpen om duurzaam werk te vinden. Maar wetenschap kan niet beslissen welke gevolgen een samenleving aanvaardbaar vindt. Dat blijft uiteindelijk een maatschappelijke en politieke keuze.
TERUGKEER,
BLIJVEN ZONDER STATUUT OF REGULARISEREN.
GEEN KEUZE MAKEN IS OOK EEN KEUZE.
Bronnen en methodologische verantwoording
Voor deze tekst is zoveel mogelijk gewerkt met actuele juridische bronnen, officiële Belgische statistieken en de oorspronkelijke onderzoeksartikelen. Niet alle bronnen beantwoorden hetzelfde soort vraag: juridische websites beschrijven rechten en procedures, administratieve rapporten tellen beslissingen en gebeurtenissen, en wetenschappelijke studies proberen verbanden of causale effecten te onderzoeken. Daarom vermelden we hieronder ook waarvoor een bron wel en niet wordt gebruikt.
Gadeyne, Surkyn & Verhaeghe - European Population Conference 2026 — Voor de ramingsmethode en de afbakening van ongeveer 112.000 niet-EU-burgers zonder legaal verblijfsstatuut, diplomatiek statuut of hangende asielaanvraag in 2016. Dit is een schatting, geen actuele telling. Bron
Dienst Vreemdelingenzaken - Activiteitenverslag 2024 — Voor officiële cijfers over 9bis, 9ter en gecontroleerde vertrekken. Jaarinstroom en jaarbeslissingen worden niet als één cohort behandeld. Bron
Vreemdelingenrecht.be - Bevel om het grondgebied te verlaten — Voor de actuele juridische betekenis en gevolgen van een BGV. Bron
Vreemdelingenrecht.be - Beroepsprocedures vanaf juni 2026 — Voor het onderscheid tussen automatisch schorsende en niet-schorsende beroepen onder de nieuwe regeling. Bron
Vreemdelingenrecht.be - Rechten van mensen zonder wettig verblijf — Voor de actuele juridische informatie over onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg en andere basisrechten. Bron
Vreemdelingenrecht.be - Dringende medische hulp — Voor de reikwijdte van DMH: niet alleen spoed, maar onder voorwaarden ook preventieve en curatieve zorg. Bron
Vreemdelingenrecht.be - Tewerkstelling van mensen zonder wettig verblijf — Voor de regel dat legaal werken in principe niet mogelijk is, de beperkte uitzonderingen en de arbeidsrechten die toch blijven bestaan. Bron
Vreemdelingenrecht.be - Procedure humanitaire regularisatie (9bis) — Voor het discretionaire karakter, het ontbreken van een wettelijke beslissingstermijn en het feit dat de aanvraag op zichzelf geen verblijfsrecht geeft. Bron
Before & After — Voor de Belgische regularisatiecampagne van 2000 en de momentopname op 31 december 2005: 293 van 577 personen (50,8%) waren als werkend geregistreerd. Observationeel, niet causaal. Bron
Larramona & Sanso-Navarro, The Manchester School (2016) — Voor de synthetic-controlanalyse van het mogelijke magnet effect na de Spaanse regularisatie van 2005. Bron
Elias, Monras & Vázquez-Grenno, Journal of Labor Economics (2025) — Voor de analyse van ongeveer 600.000 geregulariseerde niet-EU-migranten in Spanje: formele/informele arbeid, magnet effect en belastinginkomsten. Bron
Nationale Bank van België - De economische impact van immigratie in België (2020) — Voor factoren die arbeidsmarktintegratie beïnvloeden, waaronder scholing, taal, diploma-erkenning, netwerken en discriminatie. De NBB sluit mensen zonder verblijfstitel expliciet uit haar administratieve analyse. Bron
Redactionele keuze: waar de bronnen alleen een observatie ondersteunen, formuleren we geen causaal effect. Waar buitenlandse studies worden gebruikt, vermelden we dat hun resultaten niet één-op-één naar België kunnen worden overgezet. Juridische informatie is gecontroleerd tegen de situatie in 2026.