LANGE DOORLOOPTIJD PROCEDURES

Waarom blijft een beslissing maanden — of jaren — uit?

Wie in België internationale bescherming vraagt, doorloopt geen procedure die op één plaats en in één beweging wordt afgehandeld. Eerst registreert de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) het verzoek en onderzoekt zij onder meer of België volgens de Dublinregels verantwoordelijk is. Daarna wordt het dossier overgedragen aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), dat het verzoek inhoudelijk onderzoekt, de verzoeker hoort en uiteindelijk een beslissing neemt. Die opeenvolgende stappen verklaren waarom er verschillende manieren zijn om “wachttijd” te meten.

Het intuïtieve antwoord op lange wachttijden is vaak eenvoudig: er zijn te veel aanvragen. Dat speelt mee, maar uit de officiële cijfers blijkt dat het verhaal breder is. Instroom, bestaande achterstand, beschikbare en ervaren medewerkers, opleiding, overdracht tussen diensten, dossiercomplexiteit en de organisatie van het proces grijpen op elkaar in. Daardoor reageert de wachttijd vaak pas maanden later op wat vandaag in het systeem verandert.

1. Waarom duurt het zo lang?

Meer aanvragen kunnen de druk verhogen. Maar het aantal nieuwe verzoekers van vandaag is niet hetzelfde als het aantal dossiers dat vandaag bij het CGVS terechtkomt. Voor het inhoudelijke onderzoek begint, doorloopt een dossier eerst een fase bij DVZ. In sommige gevallen duurt die langer, bijvoorbeeld wanneer eerst moet worden onderzocht of een andere Europese lidstaat verantwoordelijk is.

De officiële cijfers tonen die vertraging. Voor beslissingen in het eerste semester van 2025 verstreken gemiddeld 379 dagen tussen overdracht aan het CGVS en beslissing, maar gemiddeld 490 dagen tussen de oorspronkelijke aanvraag en diezelfde beslissing. De medianen bedroegen respectievelijk 326 en 432 dagen. Een deel van de totale wachttijd ontstaat dus vóór het dossier inhoudelijk door het CGVS wordt behandeld.

De instroom van vandaag is niet de wachtrij van vandaag. Dossiers bewegen met vertraging door het systeem.

Een achterstand heeft geheugen

2020 maakt dat bijzonder duidelijk. Door de coronapandemie daalde het aantal nieuwe verzoekers sterk. Tegelijk konden tussen 16 maart en 8 juni geen persoonlijke onderhouden bij het CGVS plaatsvinden. Eind 2020 bedroeg de werkvoorraad 12.663 dossiers. Het CGVS vermeldde zelf dat de geplande afbouw van de achterstand door corona werd doorkruist, onder meer door de opschorting van de gehoren en vertraging in de opleiding van nieuwe medewerkers.

Wat vandaag niet wordt verwerkt, wordt morgen wachttijd.

2. Capaciteit bouw je niet van vandaag op morgen

Ook de personeelscijfers hebben een voorgeschiedenis. Nadat de werkvoorraad na 2015 was gedaald, werd een geplande personeelsversterking teruggeschroefd. Volgens het CGVS werd een voorziene uitbreiding van 92 medewerkers verminderd tot 36 toen het aantal aanvragen lager uitviel dan verwacht. Vanaf april 2017 werden vertrekkers niet systematisch vervangen. In juli 2018 werden bovendien 40 medewerkers overgeplaatst naar DVZ en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Toen de instroom later in 2018 opnieuw toenam, kon die capaciteit niet onmiddellijk worden hersteld. Het CGVS vroeg in oktober 2018 bijkomende middelen. In februari 2019 werd toestemming gegeven om onder meer 75 attachés en 9 administratieve medewerkers aan te werven; nieuwe medewerkers konden pas maanden later beginnen. Dat bewijst niet dat personeelsafbouw op zichzelf de latere achterstand veroorzaakte. Het toont wel dat capaciteit niet even snel kan worden opgebouwd als ze kan worden afgebouwd.

Nieuwe medewerkers moeten eerst expertise opbouwen

Protection officers behandelen geen standaardformulieren. Zij moeten landeninformatie beoordelen, interviews afnemen, juridische criteria toepassen en beslissingen zorgvuldig motiveren. Nieuwe medewerkers krijgen daarom opleiding en begeleiding op de werkvloer. In 2022 wierf het CGVS 128 nieuwe medewerkers aan, onder wie 94 protection officers. Zij kregen zes weken intensieve basisopleiding, gevolgd door on-the-jobopleiding. Het CGVS wees expliciet op een tijdelijk neveneffect: ervaren protection officers en supervisors die nieuwkomers opleiden, kunnen die tijd niet aan hun eigen dossiers besteden.

Meer personeel kan later meer capaciteit betekenen. Het is niet automatisch meer capaciteit morgen.

Hoe lang wordt er werkelijk gewacht?

De gemiddelde tijd tussen oorspronkelijke aanvraag en CGVS-beslissing bedroeg 306 dagen in 2018, 280 in 2019, 362 in 2020, 416 in 2021, 450 in 2022, 410 in 2023 en 428 in 2024. Voor januari tot juni 2025 liep het gemiddelde op tot 490 dagen. De mediaan steeg in dezelfde periode van 180 naar 432 dagen.

Gemiddelden alleen kunnen misleiden, omdat een beperkt aantal zeer oude dossiers het cijfer omhoog kan trekken. De mediaan geeft daarom extra informatie: de helft van de beslissingen werd sneller genomen en de andere helft trager. In de eerste helft van 2025 duurde bij 56,29% van de besliste dossiers meer dan één jaar tussen de oorspronkelijke aanvraag en de CGVS-beslissing. Dat betekent niet dat 56% van alle asielzoekers op dat moment langer dan een jaar wachtte: het gaat om de dossiers waarin in die periode een beslissing werd genomen.

Bij meer dan de helft van de in de eerste helft van 2025 besliste dossiers was sinds de oorspronkelijke aanvraag meer dan één jaar verstreken.

Zes maanden is een uitgangspunt, geen garantie

De Belgische procedure kende voor deze historische periode een standaardtermijn van zes maanden, maar die was geen absolute vervaldatum. Complexe dossiers kunnen meer onderzoek vragen en wettelijke verlengingen zijn mogelijk. Bij Dublinprocedures kan bovendien veel tijd verstrijken vóór een dossier uiteindelijk bij het CGVS terechtkomt. Sinds 12 juni 2026 gelden voor nieuwe aanvragen de regels van het Europese Asiel- en Migratiepact. De historische cijfers op de poster beschrijven dus vooral hoe het systeem in 2018–2025 functioneerde.

3. Wat doet langdurig wachten met mensen?

Een asielprocedure beslist over iets fundamenteels: krijgt iemand bescherming en mag hij of zij blijven, of niet? Zolang die beslissing uitblijft, blijft ook de toekomst onzeker. Dat kan het moeilijk maken om keuzes te maken over opleiding, werk, wonen of gezinsleven. Niet alleen de duur telt; ook niet weten hoelang het nog zal duren, weinig controle ervaren en moeilijk kunnen plannen kunnen de wachttijd zwaarder maken.

Wat zegt onderzoek?

Een recente systematische review bracht 16 studies samen met in totaal 56.787 vluchtelingen en asielzoekers. De onderzoeken verschillen sterk in opzet en één grote Deense studie vertegenwoordigt 46.104 deelnemers. Toch wijst het geheel in dezelfde richting: langere of onzekere asielprocedures worden in meerdere studies in verband gebracht met slechter psychisch welzijn, waaronder depressieve klachten, angst en posttraumatische stress. Omdat veel studies observationeel zijn, mogen we daar geen eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie van maken.

Een vaak geciteerd resultaat komt uit één onderzoek onder 135 Syrische asielzoekers in Griekenland. Daar waren de statistische odds op een classificatie als major depressive disorder 15% hoger voor iedere extra maand in de procedure, na correctie voor een aantal gemeten factoren. Dat is een opvallende bevinding, maar geen universele regel: 15% hogere odds is niet hetzelfde als 15% extra risico voor iedere asielzoeker, en de studie bewijst geen causale wet.

Het veiligste onderzoeksbesluit is eenvoudiger: langdurige onzekerheid en weinig ervaren controle hangen samen met slechter welzijn.

Niet iedereen reageert hetzelfde

Belgisch kwalitatief onderzoek naar het dagelijks leven in collectieve opvang laat zien dat mensen niet alleen kwetsbaar zijn, maar ook actief proberen structuur en houvast te creëren. Duidelijkheid over de procedure, ervaren rechtvaardigheid, sociale verbondenheid, zinvolle activiteiten en een zekere mate van autonomie kunnen mee bepalen hoe zwaar de wachttijd wordt ervaren. Dat maakt lange procedures niet onschadelijk, maar het toont dat ook de omstandigheden waarin iemand wacht ertoe doen.

Langdurige onzekerheid raakt bovendien gezinnen. Ouders proberen kinderen duidelijkheid te bieden terwijl zij die zelf niet hebben; plannen worden uitgesteld en rollen binnen een gezin kunnen onder druk komen te staan. Een administratief dossier staat dus nooit volledig los van het leven eromheen.

Te lang wachten schaadt beide mogelijke uitkomsten

Een tijdige beslissing is niet alleen in het belang van mensen die uiteindelijk bescherming krijgen. Wie erkend wordt, kan sneller volwaardig beginnen bouwen aan wonen, opleiding, werk en gezinsleven. Maar ook wanneer uiteindelijk wordt beslist dat iemand geen bescherming krijgt, is jarenlang wachten problematisch: hoe langer iemand intussen in België leeft, relaties opbouwt en verwachtingen ontwikkelt, hoe ingrijpender een negatieve beslissing wordt. Zorgvuldigheid en snelheid zijn daarom geen tegenpolen. Traagheid heeft zelf gevolgen.

4. Het kan anders

Andere Europese landen organiseren dezelfde fundamentele opdracht op verschillende manieren. Hun cijfers mogen niet rechtstreeks als rangschikking naast België worden gelegd: procedures, dossiermix, definities en meetpunten verschillen. De voorbeelden zijn vooral interessant omdat ze drie verschillende organisatorische principes zichtbaar maken.

Frankrijk: specialiseer

De Franse asielinstantie OFPRA organiseert het inhoudelijke onderzoek in acht geografische divisies, verder opgesplitst in kleinere secties van acht tot twaalf protection officers. OFPRA omschrijft de geografische specialisatie expliciet als een manier om expertise in het onderzoek op te bouwen. In 2024 bedroeg de gemiddelde behandelingstijd 138 dagen. Dat cijfer bewijst niet dat specialisatie op zichzelf de kortere behandelingstijd veroorzaakt. De interessante les is: expertise hoeft niet voor ieder dossier opnieuw te worden opgebouwd.

SPECIALISEER — bouw expertise op. Begin niet bij ieder dossier opnieuw.

Zweden: plan

De Zweedse Migration Agency werkt sinds 2023 met een “scheduled process”, waarbij opeenvolgende stappen zo vroeg mogelijk worden gepland en de ongebruikte tijd tussen proceshandelingen wordt beperkt. In 2024 bedroeg de gemiddelde procedureduur over de verschillende trajecten 187 dagen. Ook hier is dat geen bewijs dat procesplanning alleen het cijfer verklaart. Het organisatorische principe is wel helder: niet alleen het werk zelf kost tijd; ook wachten tussen twee noodzakelijke stappen kost tijd.

PLAN — laat een dossier zo weinig mogelijk onnodig stilstaan.

Zwitserland: differentieer

Zwitserland organiseert dossiers sterker volgens hun nood aan bijkomend onderzoek. Wanneer na het gehoor voldoende informatie beschikbaar is, kan het dossier in de versnelde procedure worden behandeld; wanneer verder onderzoek nodig is, gaat het naar de uitgebreide procedure. Binnen het versnelde traject geldt voor de eerstelijnsbeslissing een termijn van acht werkdagen wanneer geen bijkomende verduidelijking nodig is. Dat betekent nadrukkelijk niet dat een volledige Zwitserse asielprocedure acht dagen duurt.

Interessant is dat snelheid niet eenvoudig wordt gelijkgesteld met minder rechtsbescherming. Bij een ontwerp van negatieve beslissing krijgt de juridische vertegenwoordiger 24 uur om opmerkingen te formuleren en kan de beslissing nog worden aangepast.

DIFFERENTIEER — niet ieder dossier heeft dezelfde workflow nodig.

5. Wat kunnen we hieruit leren?

Geen van deze voorbeelden biedt een wonderoplossing. België kan wachttijden niet wegorganiseren wanneer er structureel onvoldoende mensen zijn om dossiers te behandelen. Evenmin kan extra personeel alle problemen oplossen wanneer dossiers lang tussen stappen blijven liggen, expertise telkens opnieuw moet worden opgebouwd of complexe en eenvoudige dossiers door exact hetzelfde traject moeten.

De buitenlandse voorbeelden maken vooral zichtbaar dat capaciteit meerdere vormen heeft: mensen, maar ook ervaring, kennis, planning en procesontwerp. De Belgische cijfers laten tegelijk zien dat een opgebouwde achterstand niet onmiddellijk verdwijnt wanneer de instroom daalt. Personeel moet worden aangeworven en opgeleid. Dossiers bewegen door verschillende diensten. Wat vandaag niet wordt afgewerkt, wordt morgen onderdeel van de wachtrij.

Sneller beslissen vraagt niet alleen méér capaciteit. Het vraagt ook een slimmer ontworpen proces.

Bij asiel gaat snelheid nooit alleen over efficiëntie. De beslissing kan bepalen of iemand moet terugkeren naar een land waar hij of zij mogelijk gevaar loopt. Zorgvuldig onderzoek, een degelijk gehoor, actuele landeninformatie, juridische motivering en effectieve beroepsmogelijkheden blijven essentieel. Maar juist daarom is een goed georganiseerd proces belangrijk: zorgvuldig waar het moet, snel waar het kan, en zo weinig mogelijk tijd waarin een dossier gewoon stilstaat.

Bronnen en methodologische verantwoording

Voor deze tekst is zoveel mogelijk gewerkt met officiële Belgische statistieken, primaire jaarverslagen, actuele procedurebeschrijvingen en oorspronkelijke wetenschappelijke publicaties. Waar bronnen alleen een verband of observatie ondersteunen, formuleren we geen causaal effect. Buitenlandse voorbeelden worden gebruikt om organisatiemodellen zichtbaar te maken, niet om landen rechtstreeks te rangschikken.

Belgische Senaat — Schriftelijke vraag 8-264 (2025) — Voor de geharmoniseerde reeks van gemiddelde en mediane doorlooptijden vanaf oorspronkelijke aanvraag en vanaf overdracht aan het CGVS, en voor de verdeling naar duur. Bron

CGVS — Jaarverslag 2018 — Voor de personeelsafbouw 2017–2018, de vermindering van de geplande versterking, de transfer van 40 medewerkers en de timing van nieuwe aanwervingen in 2019. Bron

CGVS — Asielstatistieken 2020 — Voor de impact van corona op gehoren, opleiding en achterstandsafbouw. Bron

CGVS — Jaaroverzicht 2022 — Voor de aanwerving van 128 medewerkers, waaronder 94 protection officers, en de opleidingseffecten. Bron

CGVS — Jaaroverzicht 2023 — Voor de vertraagde doorstroming van dossiers vanuit DVZ en de sterke stijging van de CGVS-werkvoorraad in 2023. Bron

CGVS — Decision terms — Voor de actuele uitleg van doorlooptijden, meetpunten en wettelijke termijnen. Bron

CGVS — EU Asylum and Migration Pact — Voor de wijzigingen die vanaf 12 juni 2026 gelden voor nieuwe procedures. Bron

Shahzad, Katona & Glover (2025) — Systematische review van 16 studies en 56.787 deelnemers over wachttijd in de asielprocedure en mentale gezondheid. Bron

Poole et al. (2018), BMC Public Health — Voor de specifieke observatie bij 135 Syrische asielzoekers in Griekenland: adjusted odds ratio 1,15 per extra maand in de procedure. Bron

Fedasil — Well-being and daily life in collective reception (2022) — Voor Belgisch kwalitatief onderzoek naar welzijn, onzekerheid, autonomie, verbondenheid en zinvolle activiteit in collectieve opvang. Bron

OFPRA — Rapport d’activité 2024 — Voor de gemiddelde behandelingstijd van 138 dagen in Frankrijk in 2024. Bron

OFPRA — Organisation des pôles d’instruction — Voor de acht geografische divisies en het gebruik van geografische specialisatie om expertise op te bouwen. Bron

AIDA — Country Report Sweden, 2024 update — Voor de gemiddelde duur van 187 dagen en het scheduled process dat de tijd tussen proceshandelingen wil beperken. Bron

Swiss State Secretariat for Migration (SEM) — Voor de Zwitserse versnelde en uitgebreide procedure, de acht werkdagen en de rol van juridische vertegenwoordiging. Bron

Redactionele keuze: cijfers uit verschillende landen worden niet rechtstreeks als prestatierangschikking gebruikt. De 15%-bevinding uit de studie van Poole et al. wordt uitsluitend beschreven als een observationele odds-ratio binnen één specifieke studie, niet als een universeel causaal risico. Belgische wachttijdcijfers worden steeds gekoppeld aan hun exacte meetpunt en periode.