INTERNATIONALE DEALS
Wanneer Europa zijn grens buiten Europa legt.
De Europese buitengrens ligt juridisch aan de rand van de Europese Unie. In de praktijk begint een deel van het Europese migratiebeleid veel verder weg. De EU werkt samen met landen als Turkije, Libië, Tunesië, Marokko, Egypte en Mauritanië om migratie al vóór Europa te beheren. Dat gebeurt met geld, boten, apparatuur, opleiding en technische ondersteuning, maar ook via afspraken over grensbewaking, bescherming, mensensmokkel en terugkeer.
Daar zitten legitieme beleidsdoelen achter. Europa mag zijn grenzen beheren. Samenwerking kan helpen om mensensmokkel te bestrijden, mensen bescherming te bieden, terugkeer te organiseren en levens op zee te redden. De moeilijke vraag is wat er gebeurt wanneer een deel van die grensbewaking wordt uitgevoerd door landen waar ernstige mensenrechtenschendingen zijn gedocumenteerd — en Europa tegelijk afhankelijk wordt van hun medewerking.
1. Europa legt een deel van zijn grenscontrole buiten Europa
Wanneer de EU een derde land geld, materieel, opleiding of technische ondersteuning geeft om migratie tegen te houden, verschuift een deel van de feitelijke grenscontrole. Mensen worden dan niet pas aan de Europese grens gecontroleerd, maar kunnen honderden of duizenden kilometers eerder worden onderschept of tegengehouden. Onderzoekers noemen dit vaak externalisering van migratiebeleid. De formele Europese grens verhuist niet, maar Europa probeert wel te beïnvloeden wie die grens bereikt.
De samenwerking verschilt van land tot land. Met Turkije werd vanaf 2016 een omvangrijke samenwerking rond vluchtelingen en migratie uitgebouwd. Met Tunesië werd in 2023 onder meer €105 miljoen voor migratiesamenwerking aangekondigd. Ook met Libië, Egypte en Mauritanië bestaan programma's waarin grensbeheer een rol speelt.
Een route moeilijker maken is niet hetzelfde als migratie doen verdwijnen.
2. Wat gebeurt er met de mensen?
De EU koppelt samenwerking met derde landen aan doelstellingen zoals levens redden, mensen beschermen, mensensmokkel bestrijden en fundamentele rechten respecteren. De echte toets begint nadat iemand wordt tegengehouden: waar komt die persoon terecht, bestaat er bescherming en wat gebeurt er wanneer ernstige mensenrechtenrisico's bekend zijn?
Libië: onderschept en teruggebracht
Libië maakt die spanning bijzonder zichtbaar. De EU ondersteunt al jaren het Libische grens- en migratiebeheer, onder meer via opleiding, materieel en capaciteitsopbouw. Europese programma's financieren tegelijk ook bescherming, evacuatie en vrijwillige humanitaire terugkeer. Het is dus onjuist om alle Europese steun aan Libië gelijk te stellen aan grensbewaking.
Mensen die op zee worden onderschept, kunnen naar Libische havens worden teruggebracht. Na aankomst lopen migranten en vluchtelingen het risico willekeurig te worden opgesloten. VN-organisaties documenteren in Libische detentiecentra en andere plaatsen van opsluiting ernstige misbruiken, waaronder foltering, seksueel geweld, afpersing en dwangarbeid. Eerder VN-onderzoek documenteerde daarnaast onder meer moord, slavernij, verkrachting en andere onmenselijke handelingen.
Dat betekent niet dat de EU 'betaalt voor foltering'. Die directe causale keten tonen de bronnen niet aan. Wat wel vaststaat, is dat Europa grenscapaciteit ondersteunt binnen een systeem waarvan de ernstige mensenrechtenrisico's al jaren bekend en gedocumenteerd zijn.
De grenscontrole kan worden verplaatst. Het risico voor de mens verdwijnt daarmee niet.
3. Een moeilijkere route is niet hetzelfde als minder migratie
Strengere grenscontrole kan effect hebben. Een peer-reviewed studie uit 2024 naar de Centrale Middellandse Zee vond dat meer onderscheppingen door de Libische kustwacht samenhingen met minder pogingen via die route. Afschrikking kan dus werkelijk effect hebben.
Maar dezelfde studie vond ook routeverschuiving. Een deel van de migratie verplaatste zich naar de Westelijke Middellandse Zee en smokkelaars pasten hun werkwijze aan. Niet iedereen kiest dan voor een andere route: sommigen zien van de reis af, anderen stellen hun vertrek uit en weer anderen zoeken een alternatief. Daarom schrijven we op de poster niet dat internationale deals automatisch leiden tot 'minder aankomsten in Europa'.
Grenscontrole kan migratie afremmen. Maar ze kan migratie ook verplaatsen.
4. Grenscontrole creëert ook afhankelijkheid
Wanneer Europa voor het tegenhouden van migratie afhankelijk wordt van een partnerland, wordt de medewerking van dat land politiek waardevol. Een partner kan die samenwerking voortzetten, verminderen of opschorten. Migratie kan zo een hefboom worden in andere politieke dossiers.
Turkije — 2020
Turkije vangt al jarenlang miljoenen vluchtelingen en migranten op. Die zware verantwoordelijkheid wordt ook door de EU erkend. Eind februari 2020 kondigde Turkije echter aan migranten richting Europa niet langer tegen te houden. De Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger beschreven later dat Turkije gedurende een korte periode migranten actief aanmoedigde richting de Griekse landgrens te trekken. De Raad van de EU verwierp in maart 2020 expliciet het gebruik van migratiedruk voor politieke doeleinden.
Marokko — 2021
In mei 2021 bereikten in zeer korte tijd ongeveer 9.000 mensen de Spaanse enclave Ceuta tijdens een diplomatiek conflict tussen Spanje en Marokko. Het Europees Parlement stelde dat de Marokkaanse autoriteiten de grenscontrole tijdelijk hadden versoepeld en verwierp expliciet het gebruik van grenscontrole en migratie als politieke druk op Spanje. Onder de mensen die Ceuta bereikten bevonden zich ook veel niet-begeleide minderjarigen.
Turkije en Marokko bewijzen niet dat iedere migratiedeal automatisch tot politieke druk leidt. Ze tonen wel het structurele risico: hoe belangrijker de medewerking van een partnerland wordt voor het Europese grensbeleid, hoe waardevoller die medewerking wordt als onderhandelingsmiddel.
Wie een ander nodig heeft om zijn grens te bewaken, geeft die ander ook macht over die grens.
5. Mensenrechten zijn geen theoretisch risico
Libië is niet het enige voorbeeld. In 2023 sloot de EU een Memorandum of Understanding met Tunesië. Daarin werd €105 miljoen voorzien voor migratiesamenwerking, waaronder grensbeheer, opleiding en technische ondersteuning. Tegelijk zijn ernstige schendingen tegen migranten in Tunesië gedocumenteerd, waaronder collectieve uitzettingen naar afgelegen grens- en woestijngebieden.
De Europese Ombudsman onderzocht hoe de Europese Commissie de mensenrechtenrisico's van de samenwerking met Tunesië beoordeelde. Zij bekritiseerde de beperkte transparantie over de informatie waarop die beoordeling was gebaseerd en vroeg concrete criteria om EU-gefinancierde migratiecontracten te kunnen opschorten wanneer mensenrechtenschendingen worden vastgesteld.
Dat raakt aan de kern: mensenrechten vermelden in een overeenkomst volstaat niet. Er moet ook worden gecontroleerd wat er in de praktijk gebeurt en welke gevolgen dat heeft voor Europese financiering en samenwerking.
6. Wanneer is zo'n deal succesvol?
Internationale migratiesamenwerking is niet per definitie verkeerd. Europa heeft het recht zijn grenzen te beheren en samenwerking kan bescherming ondersteunen, smokkelnetwerken bestrijden, terugkeer mogelijk maken en levens redden. Maar succes kan niet uitsluitend worden gemeten aan het aantal mensen dat een Europese grens bereikt.
We moeten ook vragen wat er gebeurt met mensen die worden tegengehouden, of er toegang tot bescherming bestaat, of mensenrechten daadwerkelijk worden gecontroleerd, of financiering kan worden opgeschort bij ernstige schendingen, of routes zich verplaatsen en hoeveel politieke afhankelijkheid Europa creëert.
De discussie gaat daarom niet alleen over hoeveel grenscontrole Europa wil. Ze gaat ook over de voorwaarden waaronder Europa die controle organiseert — en over de prijs die mensen én Europa daarvoor betalen.
Europa besteedt zijn grensbewaking uit,
levert daarmee mensenrechten én zijn eigen onafhankelijkheid in,
maar blijft er toch voor betalen.
Bronnen en methodologische verantwoording
Voor deze tekst is zoveel mogelijk gewerkt met primaire bronnen van Europese instellingen en de VN, aangevuld met oorspronkelijk wetenschappelijk onderzoek. Mensenrechtendocumentatie wordt als gedocumenteerde bevinding weergegeven; politieke conclusies en interpretaties worden daarvan onderscheiden.
Hoffmann Pham & Komiyama, PLOS ONE (2024) — Voor het onderscheid tussen afschrikking en routeverschuiving op de Centrale Middellandse Zee en de aanpassing van smokkelaars. Bron
Europese Commissie — Libië — Voor de actuele Europese samenwerking met Libië, inclusief grensbeheer, bescherming, evacuatie en vrijwillige humanitaire terugkeer. Bron
VN / OHCHR — Fact-Finding Mission on Libya — Voor de documentatie van ernstige misdrijven tegen migranten in Libië, waaronder foltering, verkrachting en slavernij. Bron - (bron voorlopig niet meer bereikbaar).
Raad van de EU — Turkije (4 maart 2020) — Voor de erkenning van de Turkse opvanglast en de expliciete verwerping van het gebruik van migratiedruk voor politieke doeleinden. Bron
Europese Commissie / Hoge Vertegenwoordiger — Turkije — Voor de vaststelling dat Turkije in februari/maart 2020 migranten actief aanmoedigde richting de Griekse landgrens te trekken. Bron
Europees Parlement — Ceuta/Marokko (10 juni 2021) — Voor de circa 9.000 grensoverschrijdingen, de versoepeling van de grenscontrole en de verwerping van migratie als politieke druk. Bron
Europese Ombudsman — EU-Tunesië — Voor het onderzoek naar mensenrechtenrisico's, transparantie en criteria voor het opschorten van EU-financiering. Bron
Redactionele keuze: waar bronnen geen directe causale keten aantonen, formuleren we die ook niet. We stellen niet dat EU-geld rechtstreeks een specifieke mensenrechtenschending financiert. Evenmin stellen we dat strengere grenscontrole migratie uitsluitend verplaatst: het beschikbare onderzoek vindt zowel afschrikking als routeverschuiving.